Menu Sluiten

Trappen, trappen en nog meer trappen (deel 1)

The best view comes after the hardest climb.

Na 6 jaar vond ik het tijd om nog eens naar Nepal te reizen. De Annapurna Trek in 2018 heeft dermate veel indruk op mij gemaakt, dat ik nogmaals een trektocht wilde maken. Manaslu Circuit zou mooier, rustiger en ruiger zijn. Daar heb ik zin in!

Ik reis met een Nederlands reisgezelschap van 11 mensen. We ontmoeten elkaar op Schiphol en vertrekken met Turkish Airlines. Nou, dat nooit meer… Na een vlucht naar Istanbul zijn we daar voor 24 uur gestrand. Dat was niet de bedoeling! Nou ja, we maken er het beste van en gaan maar rondwandelen in het centrum. Hier ben ik in 1990 voor het eerst en het laatst geweest. Hoewel de oudheden er nog fier overeind staan, is er toch best veel veranderd (minder kopjes thee drinken en geen vervelende locals die de hele tijd naar je roepen).
24 Uur later bereiken we eindelijk Kathmandu. Dat is andere koek. Chaos en toch weer soort van georganiseerd. We lopen door Thamel, bezoeken een paar tempels en bereiden ons voor op de lange busrit naar Barpak de dag erna.

En dan is het tijd om de trekking te starten. We gaan in 12 dagen ruim150km wandelen, van 1950m naar de Larke La Pass op 5106m en weer naar beneden. We starten voortvarend van Barpak naar Laprak. Deze eerste wandeldag gaat het om trappen lopen. Duizenden treden op en af. Totaal stijgen we meer dan 2000m en dalen we er ook nog eens 1800. Dit is geen rustige start. Ook dag 2 is weer fors klimmen en dalen. Het is loeizwaar (in mijn ogen een veel zwaarder begin dan bij de Annapurna Trek), mijn benen sputteren enorm, maar oh wat zijn de mensen leuk en de uitzichten fantastisch! Overal horen we Namasté en rennen de kindertjes naar je toe.
Via Khorlabesi en Jagat lopen we dieper en dieper het dal in. We lopen langs een wild stromende Buri Gandaki rivier. De uitzichten worden spectaculairder en soms moeten we uitdagende stukken met landverschuivingen passeren. Slechts 3 weken geleden waren er grote overstromingen en dat is toch nog wel duidelijk zichtbaar. Ook was dit het gebied waar zich in 2015 het epicentrum van de aardbeving bevond. De littekens zijn nog duidelijk zichtbaar.

Het weer is fantastisch. We hebben strakblauwe luchten en heerlijke temperaturen. We lopen in een t-shirtje en genieten met volle teugen. Waar we de eerste dagen nog overal rijstvelden en overige landbouw (gierst, suikerriet) zagen, beginnen we langzaam de hoogte te bereiken waar dit niet meer goed mogelijk is. Het wordt ruiger, we zien meer (naald)bomen en we komen regelmatig mani muren en kani poorten tegen. Mani is Tibetaans voor gebed. Dit zijn muurtjes van een paar tot enkele tientallen meter lang met daarop allemaal stenen platen met het ‘Om mani padme hum‘ gebed erop afgebeeld. Wij zitten in een gebied met veel bewoners van Tibetaanse afkomst. Zij zijn in de jaren 50 gevlucht en hebben zich hier gevestigd. Kani zijn toegangspoorten naar een dorp of gebied. Hier kun je onderdoor lopen. Vaak zijn links en rechts gebedsmolentjes die je kunt draaien en als je naar boven kijkt is het prachtig beschilderd met boeddhistische schilderingen.

Via Deng, Namrung en Lho bereiken we de 3000m grens. We passeren menig wiebelende hangbrug om een kloof of rivier over te steken. En de verte worden de bergtoppen langzaam wit. Het is najaar, dus echt veel verse sneeuw is er nog niet gevallen en met deze prachtige blauwe luchten zit dat er voorlopig ook niet echt in. De boeren leggen hun net geoogste rijst te drogen, en dat geeft nog maar eens aan dat we prachtig wandelweer houden. De route is ondertussen iets vlakker geworden, de spierpijn van de eerste dagen verdwenen en we de kilometers stuk voor stuk af, genietend van alles wat we zien, ruiken, proeven en horen. Af en toe gehinderd door een donkey train (wat eigenlijk geen goede naam is, want het zijn muildieren). Zij dragen alles wat er nodig is naar boven. Wegen zijn hier namelijk niet, alleen het pad dat wij lopen. En al die trapjes, niet alleen wij lopen ze, ook deze sterke dieren overwinnen trede voor trede…

En het gaat nog verder, tot 5106m op de Manaslu en Larke La Pass >>