It is not the mountain we conquer, but ourselves – Sir Edmund Hillary
Vanuit Lho gaan we echt de hoogte in. We moeten goed acclimatiseren, anders wordt die 5km hoogte een probleem. We lopen nog steeds langs de rivier, de omgeving wordt ruiger en de dorpjes rustieker. De teahouses waar wij overnachten blijven heel eenvoudig. Dat was ook te verwachten. Als we al een ‘badkamer’ in de kamer hebben, dan is het water dat uit de douche komt koud. Tot nog toe heb ik steeds een koude douche genomen, maar hoe hoger we komen, hoe kouder het wordt ’s avonds. En als je niet meer warm kunt worden na de koude douche, dan kun je maar beter niet douchen (is mijn motto).
Op weg naar Samagoan bezoeken we een klooster. Deze is tijdens een aardbeving verwoest en wordt nu weer stukje voor stukje opgebouwd. De muur- en plafondschilderingen zijn geweldig en het gezang van de daar studerende kinderen heel inspirerend. Of ze echt monnik blijven is nog maar de vraag, maar voor nu doen ze goed hun best. De route is prachtig en we besluiten via een omweg naar ons einddoel van de dag te lopen. We gaan nog ‘even’ naar een klooster op een hoogvlakte op 4000m hoogte. Is gelijk een goede acclimatisering. Der wandeling is pittig en flink steil. Zodra we boven aankomen is het uitzicht gewoon adembenemend! Het is leeg, ik sta op 4km hoogte en naast mij gaan de bergen gewoon nog een paar kilometer verder omhoog. Onwerkelijk gewoon. We lunchen hier en lopen dan verder naar de overnachtingsplek. Ik ben gesloopt, maar kan terugkijken op een fantastische dag.
Op weg naar Samdo komen we de eerste yaks tegen. Nu weten we dat we echt hoog zitten. De bomen worden schaarser, de grond is kurkdroog en het wordt steeds frisser. Laatste stop voor de pas is Larke Phedi ofwel Dharamsala. Een prachtige naam voor een verzameling barakken en tenten. Er is hier verder niets dan een slaapplek en een eetruimte. Hier zitten we op 4450m en beginnen bij sommige mensen de hoogteziekteverschijnselen zich te manifesteren. Ik heb gelukkig nergens last van. Ik slaap niet echt goed deze laatste nacht voor de pas en rond half 5 vertrekken we naar boven. In het donker, koplampje op het hoofd en met een enorme sterrenhemel. Zelfs de Melkweg is zichtbaar. Het is nieuwe maan, dus knetter donker. Het loopt prima, we stoppen regelmatig en ik merk dat ik hijg als een oud paard. Er is hier nog maar 50% van de zuurstof op zeeniveau, niet gek dus. Langzaam wordt de lucht achter ons lichter. De contouren van de bergen maken het sprookjesachtig. Rond 10:30 uur zijn we op de pas. De zon schijnt uitbundig, er is nog sneeuw en overal wapperen gebedsvlaggetjes. Ik hang een vlaggenlijntje op die ik al de hele tijd in mijn rugzak meedraag (nog gekocht in 2018). Wat een prachtig gevoel is het om hier bovenop de pas te staan en het uitzicht mag er ook zijn.

Maar dan, dan moeten we nog 5,5 uur afdalen en pas rond een uur of half 3 is er een plek waar we iets kunnen lunchen. De afdaling is enorm steil, veel stenen en trapjes weer en met de vermoeidheid in de benen zijn er diverse mensen die toch een schuivertje maken. Ik voel me eigenlijk best oké. Het is een hele lange dag en ik trakteer mijzelf op een warme douche in Bimthang. We eten goed en het is de eerste nacht dat het onder 0 is in mijn kamer. Gelukkig heb ik een goede slaapzak. We lopen nog via Gowa naar Besi Sahar. Ik merk dat het hoogtepunt is geweest. De route is nog wel ok, maar toch minder interessant. We lopen meer langs een weg. Dit is het Annapurna dal waar ik 6 jaar geleden ook geweest ben. Het is hier duidelijk veel toeristischer. Als we vanaf Dharapani met de jeep het laatste stuk afleggen, worden we nog maar eens flink door elkaar geschud. Als we in Besi Sahar inchecken ben ik doodmoe en emotioneel. Ik voel me niet lekker en wordt ’s nachts ziek. Tsja, zo’n tocht gaat niet in de koude kleren zitten. Mijn lichaam is aan rust toe. Gelukkig hoeven we niet meer verder te lopen. We reizen per bus terug naar Kathmandu en we eten daar een heerlijke pizza. Want ja, na zoveel dagen mie, rijst, rösti, friet, momo’s, soep en allemaal andere gerechten in de meest vreemde combinaties is dat iets waar ik echt aan toe was.
Wat een prachtige tocht was het weer. Nepal is zo’n geweldig gastvrij land met zulke prachtige en pure natuur. Ja, het wordt drukker, maar met een beetje moeite kun je best nog wel een trekking vinden waar je niet overlopen wordt door wandelaars (of zoals in het geval van de Annapurna Circuit, overreden wordt door fietsers!
Nepal, danja bat. धन्यवाद र तपाईलाई भेट्ने आशा छ

